Een leerpad om jezelf beter te leren kennen als lerende
Dit leerpad helpt je om:
Je gegevens worden alleen lokaal op je toestel bewaard.
Hallo ,
Het leerpad bestaat uit vier delen. Je kiest zelf of je met Deel 1 of Deel 2 start. Deel 3 en 4 komen daarna vrij.
Hallo ,
In dit eerste deel ga je ontdekken wat jou motiveert om te leren, waar je energie van krijgt, wat je interesses zijn en welke talenten je al hebt. Samen vormen die je persoonlijke kompas.
Dit deel bestaat uit 4 onderdelen. Werk ze één voor één af — elk onderdeel opent zodra het vorige een groen vinkje heeft.
Elk onderdeel start met een korte theorie en eindigt met enkele verwerkingsoefeningen. Op het einde van Deel 1 stel je een korte samenvatting samen die je als PDF kan downloaden.
Motivatie is de reden waarom je iets wilt doen. Het is de energie die je helpt om te starten en om vol te houden, ook als het moeilijk is.
Er zijn twee soorten motivatie:
Je doet iets omdat je het interessant, leuk of belangrijk vindt. Je leert omdat je er zelf zin in hebt.
Je doet iets voor een beloning of resultaat, zoals een diploma, werk of verwachtingen van anderen.
Welke stelling klopt?
Sleep elke stelling naar het juiste vak.
Doorheen het leerpad werk je met een casus. Je kiest één persoon en volgt die persoon bij elke oefening.
Kies de persoon die je het meest aanspreekt of het meest lijkt op jouw situatie.
Lees rustig het verhaal van deze persoon. Je volgt hem of haar bij de volgende oefeningen.
Meerdere antwoorden kunnen juist zijn. Eén juist antwoord kiezen mag, meerdere mogen ook.
Duid aan op de schaal. 1 = helemaal niet gemotiveerd. 10 = heel erg gemotiveerd.
Duid aan wat voor jou klopt — meerdere antwoorden mogelijk. Niets is fout.
Duid aan op de schaal. 1 = helemaal niet gemotiveerd. 10 = heel erg gemotiveerd.
Hoe gemotiveerd ben ik voor het volgen van een diplomagerichte opleiding?
Wat geeft jou energie, en wat kost energie?
Sommige activiteiten geven je energie. Andere activiteiten kosten energie. Energie is een signaal: het vertelt je wat bij jou past, wat jou motiveert en welke talenten je mogelijk hebt.
Weten waar je energie uit haalt, is een hulpmiddel voor je ontwikkelingsplan. Door stil te staan bij wat energie geeft of kost, kan je beter nadenken over welke taken bij je passen, wat je verder wil ontwikkelen, en waar je in de toekomst meer of minder op wil inzetten.
Meerdere antwoorden mogelijk.
Dit is de persoon die je in onderdeel 1 koos. Lees de tekst nog eens en beantwoord daarna de vraag.
Meerdere antwoorden kunnen juist zijn. Eén juist antwoord volstaat.
Denk terug aan afgelopen week.
Kenmerken: de tijd schiet niet op, je kijkt er niet naar uit, je stelt het uit.
Kenmerken: de tijd vliegt, je kijkt ernaar uit, je wil het opnieuw doen.
Kies welke barometer je wil invullen. Je vult er één in.
Schaal je energie in voor losse activiteiten zoals samenwerken, problemen oplossen, bewegen…
Kies dezeSchaal je energie in voor schoolse activiteiten zoals theorie leren, examens, stage…
Kies dezeSleep per activiteit de schaal. 1 = zuigt heel veel energie, 5 = geeft veel energie.
Hoeveel energie krijg je van deze activiteiten? 1 = zuigt heel veel energie, 5 = geeft veel energie.
Waar ben je van nature nieuwsgierig naar?
Een interesse is iets waar je van nature nieuwsgierig naar bent en waar je graag mee bezig bent. Een interesse betekent niet dat je er al goed in bent — het gaat vooral over wat je graag doet of waarover je meer wil ontdekken.
Interesses kunnen gaan over:
bv. koken, technologie, organiseren, mensen helpen
bv. gezondheid, sport, geschiedenis, natuur
bv. creatief bezig zijn, analyseren, praktisch werken
Tijdens een opleiding of diplomatraject maak je keuzes — over een richting, een stageplaats, of een job. Je interesses helpen daarbij:
Lees de tekst nog eens en beantwoord daarna de vraag.
Meerdere antwoorden kunnen juist zijn. Eén juist antwoord volstaat.
Welke activiteiten doe je graag? Noteer er minstens twee. (Denk aan hobby's, dingen thuis, op school of op het werk.)
Over welke onderwerpen zoek je spontaan dingen op het internet op? Waarover leer je graag meer bij? Noteer er drie.
Duid aan wat jou interesseert en wat je zou willen terugzien in je beroepsopleiding. Dit kan een beroepsgerichte opleiding bij AAV zijn, een opleiding die je elders volgt, of een die je eerder volgde. Misschien weet je het nog niet goed — er is geen juist of fout antwoord, geef aan wat je nú denkt.
Weet je nog niet goed welke beroepsopleiding je interesseert? Doe dan een beroepentest. Er zijn twee mogelijkheden — kies er één of probeer ze allebei.
Wat kan je van nature goed?
Een talent is iets wat je van nature goed kunt, wat je energie geeft en wat je spontaan inzet.
Lees de tekst nog eens en beantwoord daarna de vraag.
Meerdere antwoorden kunnen juist zijn. Eén juist antwoord volstaat.
Duid alles aan dat bij jou past.
Naar de sneltest van Luk Dewulf & Peter Beschuyt.
Wat is talent? Talent is het hebben van een unieke gave, een natuurlijke aanleg. Talent wordt zichtbaar in elke activiteit die moeiteloos gaat en die je voldoening geeft. Als je doet waar je goed in bent, dan vliegt de tijd — en laad je je batterijen op.
Hoe werkt het? Lees elke beschrijving en schaal jezelf in: hoe sterk herken je jezelf erin? Sleep de schaal van 1 (helemaal niet) tot 5 (helemaal wel). Na het invullen tonen we je talenten.
Doel: ontdekken welke talenten anderen in jou zien.
Wie interview je? Iemand die jou goed kent (vriend, collega, partner, familielid, leerkracht…).
Duur: ±15–20 min.
Ik ben iemand die… (meerdere mogelijk)
Kies één talent dat je eerder hebt ontdekt.
Genereer nu de PDF van al je antwoorden en upload die op Moodle.
Upload op MoodleLukt het uploaden niet?
Handleiding: uploaden op MoodleHallo ,
In dit deel ontdek je wat drempels zijn: dingen die het leren moeilijker maken. Je leert ze herkennen, je bekijkt waarom ze ontstaan en je staat stil bij je eigen zelfbeeld. Zo weet je beter wat jou soms tegenhoudt — en dat is de eerste stap om er iets aan te doen.
Dit deel bestaat uit 3 onderdelen. Werk ze één voor één af — elk onderdeel opent zodra het vorige een groen vinkje heeft.
Het tweede onderdeel is een uitbreiding: je mag het overslaan als je wil. Op het einde van Deel 2 stel je een korte samenvatting samen die je als PDF kan downloaden.
Een drempel is iets dat het leren moeilijker maakt. Dat kan iets in jezelf zijn. Dat kan iets in je leven zijn. Dat kan iets op school zijn.
Een drempel is niet wie jij bent. Een drempel is ook niet voor altijd. Je kunt er iets aan doen.
Iets in jezelf dat het leren moeilijker maakt.
Bv. bang om fouten te maken, dingen uitstellen, of weinig in jezelf geloven.
Iets in jouw leven buiten school dat het leren moeilijker maakt.
Bv. veel werken, zorg voor je gezin, of geen rustige studieplek thuis.
Iets op school dat het leren moeilijker maakt.
Bv. veel deadlines tegelijk, moeilijk geschreven teksten, of een onduidelijke leeromgeving.
| Niveau | Waar? | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Individueel | In jezelf | Faalangst, uitstelgedrag, weinig zelfvertrouwen |
| Contextueel | In jouw leven | Werk, gezin, gebrek aan een stille studieplek |
| Institutioneel | Op school | Veel deadlines, moeilijk taalgebruik, Moodle |
Welke stelling klopt? (één antwoord)
Kies achter elke drempel of het een individuele, contextuele of institutionele drempel is.
Iedere cursist botst wel eens op drempels tijdens het leren. Dat betekent niet dat je lui bent of niet slim genoeg. Vaak zijn er omstandigheden die het leren moeilijker maken. Hieronder zie je drie modellen die helpen om dat beter te begrijpen.
Stress heeft een grote invloed op hoe je leert. Een beetje stress kan helpen om alert te blijven, maar te veel stress maakt leren moeilijker. Wanneer je lang onder druk staat, zijn je hersenen vooral bezig met overleven in plaats van met onthouden en nadenken.
Daardoor kan het gebeuren dat je: minder goed onthoudt, sneller afgeleid bent, je moeilijk kunt concentreren, blokkeert tijdens een toets of sneller emotioneel reageert.
Je hersenen kunnen in stress reageren met vechten (boos of prikkelbaar worden), vluchten (taken uitstellen of vermijden) of bevriezen (blokkeren en niets meer kunnen doen).
Stress zegt dus niet dat je niet kunt leren. Het betekent vaak dat je lichaam en hoofd overbelast zijn.
Schaarste betekent dat je een tekort ervaart aan iets belangrijks: tijd, geld, rust, energie of mentale ruimte. Wanneer je voortdurend bezig bent met zorgen of tijdsdruk, gaat veel energie verloren aan overleven en organiseren.
Daardoor ontstaat vaak tunneldenken: je bent zo bezig met het onmiddellijke probleem dat vooruit plannen of overzicht houden moeilijk wordt.
Schaarste gaat dus niet over “niet willen”, maar over te weinig ruimte hebben om alles tegelijk te dragen.
Mensen leren beter wanneer ze zich veilig, welkom en gezien voelen. Als je het gevoel hebt dat je er niet bij hoort of dat anderen je beoordelen, wordt het moeilijker om actief deel te nemen.
Wie zich uitgesloten voelt, zal vaak minder vragen stellen, stiller worden, sneller afhaken, minder initiatief nemen en minder zelfvertrouwen krijgen.
Uitsluiting gaat dus niet alleen over anderen. Het gaat ook over hoe veilig en aanvaard iemand zich voelt in een leeromgeving.
Kies achter elke drempel welk model er het best bij past: stress, schaarste of uitsluiting.
Zelfbeeld is hoe jij naar jezelf kijkt. Het gaat over wat je denkt en voelt over jezelf als persoon én als lerende. Iedereen heeft een zelfbeeld, ook al denk je daar niet altijd bewust over na. Je zelfbeeld groeit door ervaringen: wat anderen tegen jou zeggen, ervaringen op school, succesmomenten of moeilijke situaties.
Je gelooft dat je kunt groeien en leren. Niet dat alles gemakkelijk is, wel: “Ik kan dit nog leren als ik oefen.”
Je durft vaker vragen stellen, probeert nieuwe dingen en geeft minder snel op.
Je twijfelt sneller aan jezelf: “Ik ben niet slim genoeg.” “Ik ga dit toch niet kunnen.”
Daardoor geef je sneller op, neem je minder initiatief of zie je fouten als bewijs dat je niet goed genoeg bent.
Belangrijk: je zelfbeeld ligt niet vast. Het kan veranderen door nieuwe ervaringen, succesmomenten, ondersteuning en kleine stappen vooruit.
Iedereen kijkt naar de wereld vanuit een eigen referentiekader. Dat is als een soort bril waardoor je situaties interpreteert. Het ontstaat door je opvoeding, vroegere schoolervaringen, cultuur en omgeving, werkervaringen, wat je thuis hebt geleerd en hoe anderen vroeger op jou reageerden.
Twee mensen kunnen dezelfde situatie meemaken, maar die toch anders ervaren door hun eigen referentiekader. Iemand die vroeger vaak kritiek kreeg, ervaart een opmerking sneller als negatief. Iemand die thuis leerde dat fouten maken normaal is, durft sneller nieuwe dingen proberen.
Je referentiekader beïnvloedt dus hoe je naar jezelf kijkt, hoe je denkt over leren, hoe je reageert op moeilijkheden en hoeveel vertrouwen je in jezelf hebt.
Een self-fulfilling prophecy betekent dat je gedachten invloed hebben op wat er echt gebeurt. Denk je vaak “Ik kan dit niet”, dan probeer je minder, geef je sneller op en wordt de kans groter dat het inderdaad niet lukt. Denk je “Ik kan dit leren”, dan durf je meer oefenen, fouten maken en hulp vragen — en groei je stap voor stap.
Voorbeeld 1 — Sara en plannen. Sara denkt: “Ik ben slecht in plannen.” Daardoor stelt ze taken uit en mist ze deadlines. Leert ze denken: “Ik kan leren plannen in kleine stappen,” dan maakt ze elke zondag een eenvoudige planning, lukken taken beter en groeit haar vertrouwen.
Voorbeeld 2 — Ahmed en Nederlands. Ahmed denkt: “Mijn Nederlands is niet goed genoeg,” en durft minder vragen te stellen. Denkt hij “Ik mag fouten maken terwijl ik leer,” dan stelt hij wel vragen, oefent hij meer en begrijpt hij de leerstof beter.
Gebruik de schaal van 1 tot 5:
1 = Dit klopt nooit · 2 = Dit klopt af en toe · 3 = Soms wel, soms niet · 4 = Dit klopt vaak · 5 = Dit klopt bijna altijd
Duid aan welke drempels jij ervaart. Dit kan voor alle vakken zijn of slechts voor één vak. Drempels zijn voor iedereen anders en ook situationeel: binnen het ene vak voel je een drempel die je bij een ander vak niet voelt, of je kunt thuis gemakkelijk starten met de afwas maar niet met studeren.
Deze lijst is beperkt. Ervaar je nog een andere drempel? Vul die dan zeker aan bij “Andere”.
Schrijf in eigen woorden je twee belangrijkste drempels. Beide velden zijn verplicht om Deel 2 af te ronden.
Genereer nu de PDF van al je antwoorden en upload die op Moodle.
Upload op MoodleLukt het uploaden niet?
Handleiding: uploaden op MoodleHallo ,
In Deel 2 leerde je je drempels herkennen. In dit deel ga je op zoek naar helpende strategieën: concrete manieren om met die drempels om te gaan. Je kiest strategieën die bij jou passen en werkt er één helemaal uit.
Dit deel bestaat uit 3 onderdelen. Werk ze één voor één af — elk onderdeel opent zodra het vorige een groen vinkje heeft.
Een helpende strategie is een bewuste keuze om met een drempel om te gaan. Het is een concrete actie die je stap voor stap dichter bij je doel brengt.
| Eigenschap | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Concreet | Je weet precies wat je gaat doen. | Niet: “Ik ga beter leren.” Wel: “Ik oefen elke dag 10 minuten rekenen.” |
| Realistisch | De stap is niet te groot en past bij jouw leven. | Niet: “3 uur per dag.” Wel: “30 minuten na het werk.” |
| Gepland in tijd | Je weet wanneer je start. | Niet: “Binnenkort.” Wel: “Dinsdag om 19u.” |
| Evalueerbaar | Je kunt achteraf zeggen of het hielp. | Niet: “Ik probeer iets.” Wel: “Na 2 weken kijk ik of het beter gaat.” |
Hieronder vind je voor veelvoorkomende drempels een korte toelichting en een lijst met strategieën. Het toelichtingsstukje klopt misschien niet helemaal met hoe jij het ervaart — dat hoeft ook niet, het helpt je enkel om te ontdekken of je de drempel herkent.
Klik op een drempel die je soms herkent (je hoeft ze niet altijd te ervaren). De drempel klapt dan open. Duid daar de strategie(ën) aan waarvan jij denkt dat ze je kunnen helpen, en beantwoord de drie vragen.
Kies één drempel die het leren voor jou het moeilijkst maakt in deze opleiding. Dit kan iets zijn uit je planning, motivatie, stress of je privésituatie — iets dat jou regelmatig tegenhoudt.
Omdat hier wat tijd over gaat, kun je nu een tussentijdse PDF maken en die op Moodle uploaden. Kom over een drietal weken terug om te evalueren (Stap 5).
Upload op MoodleHeb je je strategie een drietal weken kunnen uitproberen? Beantwoord dan deze vragen.
Genereer de volledige PDF van Deel 3 (je strategieën per drempel én je uitgewerkte plan) en upload die op Moodle.
Upload op MoodleLukt het uploaden niet?
Handleiding: uploaden op MoodleHallo ,
Jouw Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP) brengt alles samen. Je dacht na over je motivatie, je interesses en energie, je talenten, je drempels en je strategie. Nu schrijf je dat samen in één plan dat je kunt bijhouden en bespreken met je leertrajectcoach.
Dit deel bestaat uit 3 onderdelen en een afronding. Werk ze één voor één af — elk onderdeel opent zodra het vorige een groen vinkje heeft.
Vul je identiteitskaart in. Dit is het paspoort van jouw leertraject.
Dit zijn de dingen die je niet meteen ziet, maar die jou als lerende vormen. Vul de vragen in en laat je inspireren door de oefeningen uit dit leerpad. Je POP is een handleiding voor jou én je leerkrachten om samen je doel te bereiken. Onder elke vraag vind je een goed en een minder goed voorbeeld.
Dit is wat zichtbaar wordt: jouw aanpak. Bouw verder op de strategie die je in Deel 3 uitwerkte.
Dit POP is van jou. Je kunt het bijhouden en aanpassen. Bespreek het met je leertrajectcoach of breng het mee naar het Open Leercentrum.
Wil je dat een zorgmedewerker contact met je opneemt? Vul dit formuliertje in, dan word je zo snel mogelijk gecontacteerd. Je mag het ook overslaan.