Regie over eigen leren

Een leerpad om jezelf beter te leren kennen als lerende

Welkom!

Dit leerpad helpt je om:

  • jezelf beter te kennen als lerende
  • drempels te herkennen en aan te pakken
  • een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) op te stellen

Vul eerst je gegevens in

Vul je voornaam in.
Vul je achternaam in.
@cursist.groeipunt.be
Kies je campus.
Je kan deze later nog wijzigen via de knop bovenaan elke pagina.

Je gegevens worden alleen lokaal op je toestel bewaard.

Hallo ,

Jouw leerpad

Het leerpad bestaat uit vier delen. Je kiest zelf of je met Deel 1 of Deel 2 start. Deel 3 en 4 komen daarna vrij.

Deel 3 ontgrendelt zodra je Deel 1 én Deel 2 hebt afgerond. Deel 4 komt vrij na Deel 3. Een deel is afgerond zodra je de afsluitpagina ervan bereikt.
Hoeveel tijd kost dit? Reken op ongeveer 6 à 10 uur effectief werk, verspreid over meerdere momenten. In Deel 3 test je je strategie eerst een drietal weken in het echte leven uit vóór je ze evalueert — over de hele rit ben je dus al snel enkele weken bezig.
Je hoeft het leerpad niet in één keer af te werken: je voortgang wordt bewaard, dus je kunt het rustig in stukjes doen. Werk wel best deel per deel: rond een deel af voor je aan het volgende begint.
Deel 1 — Jouw Kompas

Hallo ,

Deel 1 — Jouw Kompas

In dit eerste deel ga je ontdekken wat jou motiveert om te leren, waar je energie van krijgt, wat je interesses zijn en welke talenten je al hebt. Samen vormen die je persoonlijke kompas.

Dit deel bestaat uit 4 onderdelen. Werk ze één voor één af — elk onderdeel opent zodra het vorige een groen vinkje heeft.

Elk onderdeel start met een korte theorie en eindigt met enkele verwerkingsoefeningen. Op het einde van Deel 1 stel je een korte samenvatting samen die je als PDF kan downloaden.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 1 van 4 · Theorie

Motivatie

Motivatie is de reden waarom je iets wilt doen. Het is de energie die je helpt om te starten en om vol te houden, ook als het moeilijk is.

Er zijn twee soorten motivatie:

Intrinsiek ← van binnenuit

Je doet iets omdat je het interessant, leuk of belangrijk vindt. Je leert omdat je er zelf zin in hebt.

Extrinsiek ← van buitenaf

Je doet iets voor een beloning of resultaat, zoals een diploma, werk of verwachtingen van anderen.

Tip: De beste combinatie? Intrinsiek én extrinsiek. Bv. je wil je diploma halen (extrinsiek) én je vindt je vak interessant (intrinsiek).
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 1: Motivatie · Oefening 1.1.A

Wat is motivatie?

Welke stelling klopt?

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 1: Motivatie · Oefening 1.1.B

Voor- en nadelen van intrinsieke en extrinsieke motivatie

Sleep elke stelling naar het juiste vak.

Intrinsiek = van binnenuit: je doet iets omdat je het zelf interessant of leuk vindt.
Extrinsiek = van buitenaf: je doet iets voor een beloning of om een straf te vermijden.
Stellingen — sleep ze naar de juiste vakken hieronder
Voordelen — Intrinsiek
Voordelen — Extrinsiek
Nadelen — Intrinsiek
Nadelen — Extrinsiek
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 1: Motivatie · Oefening 1.1.C

Kies jouw casus

Doorheen het leerpad werk je met een casus. Je kiest één persoon en volgt die persoon bij elke oefening.

Kies de persoon die je het meest aanspreekt of het meest lijkt op jouw situatie.

Deel 1 — Jouw Kompas
Jouw casus

Maak kennis met

Lees rustig het verhaal van deze persoon. Je volgt hem of haar bij de volgende oefeningen.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 1: Motivatie · Oefening 1.1.C

Wat is de motivatie?

Meerdere antwoorden kunnen juist zijn. Eén juist antwoord kiezen mag, meerdere mogen ook.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 1: Motivatie · Oefening 1.1.D

Hoe gemotiveerd ben jij voor de AAV-opleiding?

Duid aan op de schaal. 1 = helemaal niet gemotiveerd. 10 = heel erg gemotiveerd.

Er is geen juist of fout antwoord. Iedereen heeft momenten van meer en minder motivatie. Kies eerlijk wat nu bij jou past. Dat helpt om beter te begrijpen wat jij nodig hebt.
12345678910
Sleep de bol om je score te kiezen.
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 1: Motivatie · Oefening 1.1.E

Wat motiveert jou? Waarom wil jij de opleiding AAV volgen?

Duid aan wat voor jou klopt — meerdere antwoorden mogelijk. Niets is fout.


Deel 1 — Jouw Kompas
Uitbreidingsoefening
Deze oefening is optioneel. Je mag ze maken of overslaan.
Onderdeel 1: Motivatie · Uitbreiding 1.1.F

Hoe gemotiveerd ben jij voor je diplomagerichte opleiding?

Duid aan op de schaal. 1 = helemaal niet gemotiveerd. 10 = heel erg gemotiveerd.

Hoe gemotiveerd ben ik voor het volgen van een diplomagerichte opleiding?

12345678910
Sleep de bol om je score te kiezen.
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 2 van 4 · Theorie

Energie

Wat geeft jou energie, en wat kost energie?

Sommige activiteiten geven je energie. Andere activiteiten kosten energie. Energie is een signaal: het vertelt je wat bij jou past, wat jou motiveert en welke talenten je mogelijk hebt.

Je merkt dat iets je energie geeft als…

  • de tijd snel voorbijgaat
  • je er zin in hebt
  • je trots of tevreden bent
  • je het opnieuw wil doen

Er is geen goed of fout

  • de een krijgt energie van samenwerken, de ander van zelfstandig werken
  • de een houdt van structuur en plannen, de ander van nieuwe ideeën
  • de een helpt graag anderen, de ander analyseert graag problemen

Weten waar je energie uit haalt, is een hulpmiddel voor je ontwikkelingsplan. Door stil te staan bij wat energie geeft of kost, kan je beter nadenken over welke taken bij je passen, wat je verder wil ontwikkelen, en waar je in de toekomst meer of minder op wil inzetten.

Let op: waar je energie van krijgt, is niet altijd hetzelfde als waar je goed in bent. Je kan bijvoorbeeld energie krijgen van koken, maar er niet echt goed in zijn.
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 2: Energie · Oefening 1.2.A

Waar merk je vaak aan dat iets je energie geeft?

Meerdere antwoorden mogelijk.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 2: Energie · Oefening 1.2.B

We gaan verder met jouw casus

Dit is de persoon die je in onderdeel 1 koos. Lees de tekst nog eens en beantwoord daarna de vraag.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 2: Energie · Oefening 1.2.B

Waar haalt de persoon energie uit?

Meerdere antwoorden kunnen juist zijn. Eén juist antwoord volstaat.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 2: Energie · Oefening 1.2.C

Energievretend en energiegevend

Denk terug aan afgelopen week.

Geef één energievretend moment van afgelopen week

Kenmerken: de tijd schiet niet op, je kijkt er niet naar uit, je stelt het uit.

Geef twee energiegevende momenten van afgelopen week

Kenmerken: de tijd vliegt, je kijkt ernaar uit, je wil het opnieuw doen.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 2: Energie · Oefening 1.2.D

Energiebarometer

Kies welke barometer je wil invullen. Je vult er één in.

Concrete activiteiten

Schaal je energie in voor losse activiteiten zoals samenwerken, problemen oplossen, bewegen…

Kies deze

In de opleiding

Schaal je energie in voor schoolse activiteiten zoals theorie leren, examens, stage…

Kies deze
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 2: Energie · Oefening 1.2.D

Energiebarometer: welke activiteiten geven je energie?

Sleep per activiteit de schaal. 1 = zuigt heel veel energie, 5 = geeft veel energie.

1 zuigt heel veel energie 2 zuigt eerder energie 3 neutraal 4 geeft eerder energie 5 geeft veel energie
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 2: Energie · Oefening 1.2.D

Energiebarometer in de opleiding

Hoeveel energie krijg je van deze activiteiten? 1 = zuigt heel veel energie, 5 = geeft veel energie.

1 zuigt heel veel energie 2 zuigt eerder energie 3 neutraal 4 geeft eerder energie 5 geeft veel energie
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 3 van 4 · Theorie

Interesses

Waar ben je van nature nieuwsgierig naar?

Een interesse is iets waar je van nature nieuwsgierig naar bent en waar je graag mee bezig bent. Een interesse betekent niet dat je er al goed in bent — het gaat vooral over wat je graag doet of waarover je meer wil ontdekken.

Interesses kunnen gaan over:

Activiteiten

bv. koken, technologie, organiseren, mensen helpen

Thema's

bv. gezondheid, sport, geschiedenis, natuur

Manieren van werken

bv. creatief bezig zijn, analyseren, praktisch werken

Kort samengevat: een interesse is iets dat je boeit, waar je nieuwsgierig naar bent en waar je graag tijd en aandacht aan besteedt.

Waarom zijn je interesses belangrijk?

Tijdens een opleiding of diplomatraject maak je keuzes — over een richting, een stageplaats, of een job. Je interesses helpen daarbij:

  • Je leert gemakkelijker als het aansluit bij wat je interesseert.
  • Je houdt het langer vol.
  • Je interesses helpen je keuzes te maken in de opleiding en daarna.
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 3: Interesses · Oefening 1.3.A

Wat is een interesse?

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 3: Interesses · Oefening 1.3.B

We gaan verder met jouw casus

Lees de tekst nog eens en beantwoord daarna de vraag.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 3: Interesses · Oefening 1.3.B

Wat zijn de interesses van deze persoon?

Meerdere antwoorden kunnen juist zijn. Eén juist antwoord volstaat.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 3: Interesses · Oefening 1.3.C

Waar liggen jouw interesses?

Activiteiten

Welke activiteiten doe je graag? Noteer er minstens twee. (Denk aan hobby's, dingen thuis, op school of op het werk.)

Onderwerpen

Over welke onderwerpen zoek je spontaan dingen op het internet op? Waarover leer je graag meer bij? Noteer er drie.

Deel 1 — Jouw Kompas
Uitbreidingsoefening
Deze oefening is optioneel. Je mag ze maken of overslaan.
Onderdeel 3: Interesses · Uitbreiding 1.3.D

Interesses in je (toekomstige) beroepsopleiding

Duid aan wat jou interesseert en wat je zou willen terugzien in je beroepsopleiding. Dit kan een beroepsgerichte opleiding bij AAV zijn, een opleiding die je elders volgt, of een die je eerder volgde. Misschien weet je het nog niet goed — er is geen juist of fout antwoord, geef aan wat je nú denkt.

Deel 1 — Jouw Kompas
Uitbreidingsoefening
Deze oefening is optioneel. Je mag ze maken of overslaan.
Onderdeel 3: Interesses · Uitbreiding 1.3.E

Welke beroepsopleiding past bij jou?

Weet je nog niet goed welke beroepsopleiding je interesseert? Doe dan een beroepentest. Er zijn twee mogelijkheden — kies er één of probeer ze allebei.

Beroepentest VDAB

De officiële test van VDAB: "Welke job past bij me?"

Open de VDAB-test

Beroepskeuzetest Intermediair

Een uitgebreide beroepskeuzetest.

Open de Intermediair-test
Deze tests openen in een nieuw tabblad, zodat je dit leerpad niet verliest. Heb je een test gedaan? Schrijf hieronder kort wat je eruit leerde (optioneel).
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 4 van 4 · Theorie

Talenten

Wat kan je van nature goed?

Een talent is iets wat je van nature goed kunt, wat je energie geeft en wat je spontaan inzet.

CC Liever met ondertiteling? Bekijk hier hoe je die aanzet op YouTube.

De zes soorten talenten volgens Luc Dewulf:

🟢 Sociale talenten
Samenwerken met mensen — helpen, luisteren, samenwerken
🔵 Organisatietalenten
Plannen en overzicht houden — structuur maken, afspraken nakomen
🟡 Denktalenten
Denken en begrijpen — problemen oplossen, verbanden zien
🟣 Creatieve talenten
Nieuwe ideeën bedenken — origineel denken, anders zoeken
🟠 Doetalenten
Praktisch werken — werken met handen, nauwkeurig uitvoeren
🔴 Zelfsturende talenten
Zelfstandig werken — doorzetten, initiatief nemen
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 4: Talenten · Oefening 1.4.A

We gaan verder met jouw casus

Lees de tekst nog eens en beantwoord daarna de vraag.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 4: Talenten · Oefening 1.4.A

Welke talenten herken je bij deze persoon?

Meerdere antwoorden kunnen juist zijn. Eén juist antwoord volstaat.

Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 4: Talenten · Oefening 1.4.B

Welke talenten herken jij bij jezelf?

Duid alles aan dat bij jou past.

Deel 1 — Jouw Kompas
Uitbreiding met sneltest
Optioneel. Je mag deze maken of overslaan.
Onderdeel 4: Talenten · Uitbreiding sneltest

Talenten-sneltest

Naar de sneltest van Luk Dewulf & Peter Beschuyt.

Wat is talent? Talent is het hebben van een unieke gave, een natuurlijke aanleg. Talent wordt zichtbaar in elke activiteit die moeiteloos gaat en die je voldoening geeft. Als je doet waar je goed in bent, dan vliegt de tijd — en laad je je batterijen op.

Hoe werkt het? Lees elke beschrijving en schaal jezelf in: hoe sterk herken je jezelf erin? Sleep de schaal van 1 (helemaal niet) tot 5 (helemaal wel). Na het invullen tonen we je talenten.

1 nooit · 2 af en toe, als het moet · 3 soms wel, soms niet · 4 vaak, maar niet altijd · 5 bijna altijd
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 4: Talenten · Oefening 1.4.C

🎯 Talenteninterview

Doel: ontdekken welke talenten anderen in jou zien.

Wie interview je? Iemand die jou goed kent (vriend, collega, partner, familielid, leerkracht…).

Duur: ±15–20 min.

Je kan dit sjabloon invullen en als PDF downloaden, óf een opname van het gesprek maken. Beide kan je op Moodle uploaden.
Tip: lukt het uploaden niet? Vraag hulp aan de OLC-medewerker van jouw ankercampus. Je kan de tekstvakken ook inspreken met de -knop (dicteerfunctie).

Deel 1 — Energie & interesses

Deel 2 — Gedrag en sterktes

Deel 3 — Talent benoemen

Deel 4 — Welke talenten herken je bij mij?

Ik ben iemand die… (meerdere mogelijk)

Upload op Moodle
Deel 1 — Jouw Kompas
Onderdeel 4: Talenten · Oefening 1.4.D

Mijn talent laten groeien

Kies één talent dat je eerder hebt ontdekt.

Deel 1 — Jouw Kompas

Je bent klaar met Deel 1 — Jouw Kompas!

Genereer nu de PDF van al je antwoorden en upload die op Moodle.

Upload op Moodle

Lukt het uploaden niet?

Handleiding: uploaden op Moodle
Deel 2 — Drempels

Hallo ,

Deel 2 — Drempels

In dit deel ontdek je wat drempels zijn: dingen die het leren moeilijker maken. Je leert ze herkennen, je bekijkt waarom ze ontstaan en je staat stil bij je eigen zelfbeeld. Zo weet je beter wat jou soms tegenhoudt — en dat is de eerste stap om er iets aan te doen.

Dit deel bestaat uit 3 onderdelen. Werk ze één voor één af — elk onderdeel opent zodra het vorige een groen vinkje heeft.

Het tweede onderdeel is een uitbreiding: je mag het overslaan als je wil. Op het einde van Deel 2 stel je een korte samenvatting samen die je als PDF kan downloaden.

Deel 2 — Drempels
Onderdeel 1 van 3 · Theorie

Wat is een drempel?

Een drempel is iets dat het leren moeilijker maakt. Dat kan iets in jezelf zijn. Dat kan iets in je leven zijn. Dat kan iets op school zijn.

Een drempel is niet wie jij bent. Een drempel is ook niet voor altijd. Je kunt er iets aan doen.

Een drempel is situationeel. Dat betekent:
  • De ene week is het moeilijk, een andere week gaat het beter.
  • Bij het ene vak voel je een drempel, bij een ander vak niet.
  • Bij bepaalde mensen voel je de drempel, bij andere niet.
  • Thuis voel je geen drempel in het studeren, op stage voel je die wel.

Waar kan een drempel zitten?

Individuele drempel

Iets in jezelf dat het leren moeilijker maakt.

Bv. bang om fouten te maken, dingen uitstellen, of weinig in jezelf geloven.

Contextuele drempel

Iets in jouw leven buiten school dat het leren moeilijker maakt.

Bv. veel werken, zorg voor je gezin, of geen rustige studieplek thuis.

Institutionele drempel

Iets op school dat het leren moeilijker maakt.

Bv. veel deadlines tegelijk, moeilijk geschreven teksten, of een onduidelijke leeromgeving.

Samengevat

Niveau Waar? Voorbeelden
Individueel In jezelf Faalangst, uitstelgedrag, weinig zelfvertrouwen
Contextueel In jouw leven Werk, gezin, gebrek aan een stille studieplek
Institutioneel Op school Veel deadlines, moeilijk taalgebruik, Moodle
Deel 2 — Drempels
Oefening 2.1.A

Wat is een drempel?

Welke stelling klopt? (één antwoord)

Deel 2 — Drempels
Oefening 2.1.B

Koppel de drempel aan het juiste niveau

Kies achter elke drempel of het een individuele, contextuele of institutionele drempel is.

Deel 2 — Drempels
Onderdeel 2 van 3 · Theorie Uitbreiding

Waarom zijn er drempels? Drie modellen

Wil je meer? Dit onderdeel is een uitbreiding. Je mag het overslaan en meteen naar het volgende onderdeel gaan.

Iedere cursist botst wel eens op drempels tijdens het leren. Dat betekent niet dat je lui bent of niet slim genoeg. Vaak zijn er omstandigheden die het leren moeilijker maken. Hieronder zie je drie modellen die helpen om dat beter te begrijpen.

Model 1 — Stress

Stress heeft een grote invloed op hoe je leert. Een beetje stress kan helpen om alert te blijven, maar te veel stress maakt leren moeilijker. Wanneer je lang onder druk staat, zijn je hersenen vooral bezig met overleven in plaats van met onthouden en nadenken.

Daardoor kan het gebeuren dat je: minder goed onthoudt, sneller afgeleid bent, je moeilijk kunt concentreren, blokkeert tijdens een toets of sneller emotioneel reageert.

Je hersenen kunnen in stress reageren met vechten (boos of prikkelbaar worden), vluchten (taken uitstellen of vermijden) of bevriezen (blokkeren en niets meer kunnen doen).

Stress zegt dus niet dat je niet kunt leren. Het betekent vaak dat je lichaam en hoofd overbelast zijn.

Model 2 — Schaarste

Schaarste betekent dat je een tekort ervaart aan iets belangrijks: tijd, geld, rust, energie of mentale ruimte. Wanneer je voortdurend bezig bent met zorgen of tijdsdruk, gaat veel energie verloren aan overleven en organiseren.

Daardoor ontstaat vaak tunneldenken: je bent zo bezig met het onmiddellijke probleem dat vooruit plannen of overzicht houden moeilijk wordt.

Schaarste gaat dus niet over “niet willen”, maar over te weinig ruimte hebben om alles tegelijk te dragen.

Model 3 — Uitsluiting

Mensen leren beter wanneer ze zich veilig, welkom en gezien voelen. Als je het gevoel hebt dat je er niet bij hoort of dat anderen je beoordelen, wordt het moeilijker om actief deel te nemen.

Wie zich uitgesloten voelt, zal vaak minder vragen stellen, stiller worden, sneller afhaken, minder initiatief nemen en minder zelfvertrouwen krijgen.

Uitsluiting gaat dus niet alleen over anderen. Het gaat ook over hoe veilig en aanvaard iemand zich voelt in een leeromgeving.

Belangrijk: drempels zijn niet zomaar “persoonlijke zwaktes”. Ze ontstaan vaak door stress, moeilijke omstandigheden of negatieve ervaringen. Daarom helpt het om ze te herkennen én strategieën te zoeken.
Deel 2 — Drempels
Oefening 2.2.AUitbreiding

Koppel de drempel aan het model

Kies achter elke drempel welk model er het best bij past: stress, schaarste of uitsluiting.

Deel 2 — Drempels
Onderdeel 3 van 3 · Theorie

Zelfbeeld en referentiekader

Zelfbeeld

Zelfbeeld is hoe jij naar jezelf kijkt. Het gaat over wat je denkt en voelt over jezelf als persoon én als lerende. Iedereen heeft een zelfbeeld, ook al denk je daar niet altijd bewust over na. Je zelfbeeld groeit door ervaringen: wat anderen tegen jou zeggen, ervaringen op school, succesmomenten of moeilijke situaties.

Positief zelfbeeld

Je gelooft dat je kunt groeien en leren. Niet dat alles gemakkelijk is, wel: “Ik kan dit nog leren als ik oefen.”

Je durft vaker vragen stellen, probeert nieuwe dingen en geeft minder snel op.

Negatief zelfbeeld

Je twijfelt sneller aan jezelf: “Ik ben niet slim genoeg.” “Ik ga dit toch niet kunnen.”

Daardoor geef je sneller op, neem je minder initiatief of zie je fouten als bewijs dat je niet goed genoeg bent.

Belangrijk: je zelfbeeld ligt niet vast. Het kan veranderen door nieuwe ervaringen, succesmomenten, ondersteuning en kleine stappen vooruit.

Referentiekader

Iedereen kijkt naar de wereld vanuit een eigen referentiekader. Dat is als een soort bril waardoor je situaties interpreteert. Het ontstaat door je opvoeding, vroegere schoolervaringen, cultuur en omgeving, werkervaringen, wat je thuis hebt geleerd en hoe anderen vroeger op jou reageerden.

Twee mensen kunnen dezelfde situatie meemaken, maar die toch anders ervaren door hun eigen referentiekader. Iemand die vroeger vaak kritiek kreeg, ervaart een opmerking sneller als negatief. Iemand die thuis leerde dat fouten maken normaal is, durft sneller nieuwe dingen proberen.

Je referentiekader beïnvloedt dus hoe je naar jezelf kijkt, hoe je denkt over leren, hoe je reageert op moeilijkheden en hoeveel vertrouwen je in jezelf hebt.

Self-fulfilling prophecy

Een self-fulfilling prophecy betekent dat je gedachten invloed hebben op wat er echt gebeurt. Denk je vaak “Ik kan dit niet”, dan probeer je minder, geef je sneller op en wordt de kans groter dat het inderdaad niet lukt. Denk je “Ik kan dit leren”, dan durf je meer oefenen, fouten maken en hulp vragen — en groei je stap voor stap.

“Ik kan dit niet” → je probeert minder → minder succes → je gedachte lijkt bevestigd.
“Ik kan dit leren” → je probeert → je leert en slaagt → je zelfvertrouwen groeit.

Voorbeeld 1 — Sara en plannen. Sara denkt: “Ik ben slecht in plannen.” Daardoor stelt ze taken uit en mist ze deadlines. Leert ze denken: “Ik kan leren plannen in kleine stappen,” dan maakt ze elke zondag een eenvoudige planning, lukken taken beter en groeit haar vertrouwen.

Voorbeeld 2 — Ahmed en Nederlands. Ahmed denkt: “Mijn Nederlands is niet goed genoeg,” en durft minder vragen te stellen. Denkt hij “Ik mag fouten maken terwijl ik leer,” dan stelt hij wel vragen, oefent hij meer en begrijpt hij de leerstof beter.

Deel 2 — Drempels
Oefening 2.3.A

Hoe zie jij jezelf als lerende?

Er is geen juist of fout antwoord. Kies eerlijk wat nu bij jou past. Dat helpt om beter te begrijpen wat jij nodig hebt.

Gebruik de schaal van 1 tot 5:

1 = Dit klopt nooit  ·  2 = Dit klopt af en toe  ·  3 = Soms wel, soms niet  ·  4 = Dit klopt vaak  ·  5 = Dit klopt bijna altijd

Deel 2 — Drempels
Oefening 2.3.B

Casus — welke drempels herken je?

Deel 2 — Drempels
Oefening 2.3.C

Welke drempels herken jij zelf?

Duid aan welke drempels jij ervaart. Dit kan voor alle vakken zijn of slechts voor één vak. Drempels zijn voor iedereen anders en ook situationeel: binnen het ene vak voel je een drempel die je bij een ander vak niet voelt, of je kunt thuis gemakkelijk starten met de afwas maar niet met studeren.

Deze lijst is beperkt. Ervaar je nog een andere drempel? Vul die dan zeker aan bij “Andere”.

Individuele drempels

Andere

Contextuele drempels

Andere

Drempels op school

Andere

Wat zijn jouw grootste drempels op dit moment? *

Schrijf in eigen woorden je twee belangrijkste drempels. Beide velden zijn verplicht om Deel 2 af te ronden.

Deel 2 — Drempels

Je bent klaar met Deel 2 — Drempels!

Genereer nu de PDF van al je antwoorden en upload die op Moodle.

Upload op Moodle

Lukt het uploaden niet?

Handleiding: uploaden op Moodle
Deel 3 — Strategieën

Hallo ,

Deel 3 — Strategieën

In Deel 2 leerde je je drempels herkennen. In dit deel ga je op zoek naar helpende strategieën: concrete manieren om met die drempels om te gaan. Je kiest strategieën die bij jou passen en werkt er één helemaal uit.

Dit deel bestaat uit 3 onderdelen. Werk ze één voor één af — elk onderdeel opent zodra het vorige een groen vinkje heeft.

Deel 3 — Strategieën
3.1

Wat is een helpende strategie?

Een helpende strategie is een bewuste keuze om met een drempel om te gaan. Het is een concrete actie die je stap voor stap dichter bij je doel brengt.

Het woord strategie betekent: een manier waaróp je iets aanpakt. Een doordachte manier van handelen om een doel te bereiken. Je kiest dus bewust hoe je te werk gaat in plaats van het op zijn beloop te laten.

Een goede strategie is …

Eigenschap Betekenis Voorbeeld
Concreet Je weet precies wat je gaat doen. Niet: “Ik ga beter leren.”
Wel: “Ik oefen elke dag 10 minuten rekenen.”
Realistisch De stap is niet te groot en past bij jouw leven. Niet: “3 uur per dag.”
Wel: “30 minuten na het werk.”
Gepland in tijd Je weet wanneer je start. Niet: “Binnenkort.”
Wel: “Dinsdag om 19u.”
Evalueerbaar Je kunt achteraf zeggen of het hielp. Niet: “Ik probeer iets.”
Wel: “Na 2 weken kijk ik of het beter gaat.”
Deel 3 — Strategieën
Oefening 3.2.A

Kies strategieën voor jouw drempels

Hieronder vind je voor veelvoorkomende drempels een korte toelichting en een lijst met strategieën. Het toelichtingsstukje klopt misschien niet helemaal met hoe jij het ervaart — dat hoeft ook niet, het helpt je enkel om te ontdekken of je de drempel herkent.

Klik op een drempel die je soms herkent (je hoeft ze niet altijd te ervaren). De drempel klapt dan open. Duid daar de strategie(ën) aan waarvan jij denkt dat ze je kunnen helpen, en beantwoord de drie vragen.

Duid minstens 3 drempels aan en kies bij elk minstens één strategie. Zodra je een strategie kiest, worden de drie vragen bij die drempel verplicht.
Aangeduid met strategie: 0 / minstens 3 klik een drempel om open te klappen
Duid minstens 3 drempels aan en kies bij elk minstens één strategie.
Deel 3 — Strategieën
3.3 · Stap 1

Werk jouw strategie uit — kies je drempel

Kies één drempel die het leren voor jou het moeilijkst maakt in deze opleiding. Dit kan iets zijn uit je planning, motivatie, stress of je privésituatie — iets dat jou regelmatig tegenhoudt.

Voorbeeld: “Ik stel taken altijd uit.”
Wat gebeurt er wanneer je deze drempel ervaart? Denk aan je studie, focus of motivatie.
Denk aan een concrete les, opdracht of situatie.
Vul de drie velden in om verder te gaan.
Deel 3 — Strategieën
3.3 · Stap 2–4

Plan je strategie

Poging 1

Stap 2 — Kies je strategie

Voorbeeld: “Elke dag 10 minuten studeren na het avondeten.” Kies iets dat jij echt zou kunnen toepassen.

Stap 3 — Plan je strategie

12345678910
1 = heel moeilijk · 10 = heel gemakkelijk

Stap 4 — Wat als het moeilijk wordt?

Doe! Ga dit toepassen.

Omdat hier wat tijd over gaat, kun je nu een tussentijdse PDF maken en die op Moodle uploaden. Kom over een drietal weken terug om te evalueren (Stap 5).

Upload op Moodle
Vul alle velden in, inclusief de haalbaarheidsscore.
Deel 3 — Strategieën
3.3 · Stap 5

Evalueer na drie weken

Poging 1

Heb je je strategie een drietal weken kunnen uitproberen? Beantwoord dan deze vragen.

Was de strategie concreet genoeg?
Was het klein en haalbaar genoeg?
Heb ik het kunnen inplannen?
Helpt het om mijn doel te bereiken?
Ga ik door met deze strategie?

Beantwoord de vijf vragen en vul de datum in.
Deel 3 — Strategieën

Je bent klaar met Deel 3 — Strategieën!

Genereer de volledige PDF van Deel 3 (je strategieën per drempel én je uitgewerkte plan) en upload die op Moodle.

Upload op Moodle

Lukt het uploaden niet?

Handleiding: uploaden op Moodle
Deel 4 — Jouw POP

Hallo ,

Deel 4 — Jouw POP

Jouw Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP) brengt alles samen. Je dacht na over je motivatie, je interesses en energie, je talenten, je drempels en je strategie. Nu schrijf je dat samen in één plan dat je kunt bijhouden en bespreken met je leertrajectcoach.

Dit deel bestaat uit 3 onderdelen en een afronding. Werk ze één voor één af — elk onderdeel opent zodra het vorige een groen vinkje heeft.

Deel 4 — Jouw POP
4.1

Wie ben jij?

Vul je identiteitskaart in. Dit is het paspoort van jouw leertraject.

Leerpaspoort · Regie over eigen leren
Vul minstens je naam, leeftijd en AAV-opleiding in.
Deel 4 — Jouw POP
4.2

Onder de ijsberg — jouw binnenste

IJsberg: het zichtbare deel boven water en het grote deel eronder

Dit zijn de dingen die je niet meteen ziet, maar die jou als lerende vormen. Vul de vragen in en laat je inspireren door de oefeningen uit dit leerpad. Je POP is een handleiding voor jou én je leerkrachten om samen je doel te bereiken. Onder elke vraag vind je een goed en een minder goed voorbeeld.

Tip: pak de PDF's die je per deel maakte er nog eens bij. Daarin staan je antwoorden uit Deel 1, 2 en 3 netjes samen — zo vind je snel terug wat je eerder noteerde over je motivatie, talenten, drempels en strategie.
Goed en minder goed voorbeeld
Goed: “Ik wil mijn diploma secundair behalen zodat ik kan starten met de opleiding verpleegkunde. Dat is al lang mijn droom.”
Minder goed: “Ik moet het gewoon doen.” (te vaag, geen eigen drijfveer)
Goed en minder goed voorbeeld
Goed: “Ik krijg energie als ik in korte blokken werk en daarna iets kan afvinken. Samen studeren met een medecursist werkt ook motiverend.”
Minder goed: “Niets, studeren is gewoon saai.” (benoemt geen energiebron)
Goed en minder goed voorbeeld
Goed: “Ik ben geboeid door alles wat met gezondheid en zorg te maken heeft, en ik lees graag over voeding.”
Minder goed: “Van alles een beetje.” (te algemeen om iets mee te doen)
Laat je zeker inspireren door je talenteninterview uit Deel 1!
Goed en minder goed voorbeeld
Goed: “Ik ben een doorzetter en luister goed naar anderen (sociaal talent). In groep neem ik vaak een verbindende rol op.”
Minder goed: “Ik heb geen talenten.” (iedereen heeft talenten — kijk naar je talenteninterview)
Schrijf 2 à 3 stellingen die bij jou passen.
Goed en minder goed voorbeeld
Goed: “Ik leer het best stap voor stap. Ik heb tijd nodig om iets te begrijpen, maar als ik het snap, onthoud ik het goed.”
Minder goed: “Ik ben gewoon dom.” (geen stelling over hóé je leert, en te hard voor jezelf)
Goed en minder goed voorbeeld
Goed: “Ik stel taken uit tot vlak voor de deadline, waardoor ik onder stress werk. Ook plannen vind ik moeilijk.”
Minder goed: “Geen.” (bijna iedereen heeft drempels — kijk naar Deel 2)
Beantwoord alle vragen om verder te gaan.
Deel 4 — Jouw POP
4.3

Boven de ijsberg — jouw plan

Dit is wat zichtbaar wordt: jouw aanpak. Bouw verder op de strategie die je in Deel 3 uitwerkte.

Wanneer? Hoe vaak? Wat precies?
Personen, tools, plekken…
Beantwoord alle vragen om verder te gaan.
Deel 4 — Jouw POP

Goed gedaan! Je hebt jouw leerpad doorlopen.

Dit POP is van jou. Je kunt het bijhouden en aanpassen. Bespreek het met je leertrajectcoach of breng het mee naar het Open Leercentrum.

Tip: het is niet erg als je strategie later wordt aangepast. Dat is slim leren!
Upload op Moodle

Contact met een zorgmedewerker?

Wil je dat een zorgmedewerker contact met je opneemt? Vul dit formuliertje in, dan word je zo snel mogelijk gecontacteerd. Je mag het ook overslaan.

Ik wens contact met:
Hoe wil je dat de zorgmedewerker(s) contact opnemen?